Je loopt met je hond door een nat bos, de paden liggen vol met bladeren en overal glinsteren slijmsporen van slakken. Onschuldig, zou je zeggen. Toch schuilt hier een risico dat lang niet elke hondeneigenaar kent: longworm, een parasiet die via slakken bij je hond terechtkomt en juist in het najaar op zijn actiefst is. Door de mildere winters van de laatste jaren blijven slakken bovendien langer actief, waardoor het risico zich steeds verder over het jaar uitspreidt.
Wat longworm precies is
Longworm, ook wel de Franse hartworm genoemd (Angiostrongylus vasorum), is een rondworm die zich nestelt in de bloedvaten rond de longen en het hart van je hond. De worm dook in 2007 voor het eerst in Nederland op en verspreidt zich sindsdien geleidelijk verder het land in. Schattingen komen uit op ongeveer één op de twintig honden die ooit met deze parasiet in aanraking komt, met duidelijke brandhaarden rond Den Haag, de Hoge Veluwe en de Oostvaardersplassen.
Eenmaal binnen migreren de larven via het lichaam naar de longslagaders en het hart, waar ze uitgroeien tot volwassen wormen. Dat maakt de aandoening zo verraderlijk: de schade ontstaat op een plek die je niet ziet, terwijl je hond van buiten nog gewoon fit lijkt.
Hoe je hond besmet raakt zonder een hele slak op te eten
Het meest verrassende feit: je hond hoeft geen slak in te slikken om besmet te raken. Larven komen vrij in het slijmspoor dat een slak achterlaat, en dat slijm blijft in een vochtige omgeving tot twee weken besmettelijk. Een hond die tijdens het snuffelen zijn neus door natte bladeren haalt, kan al genoeg larven binnenkrijgen. Eén besmette slak verspreidt bovendien wekenlang infectieus slijm, dus een enkele wandeling door een vochtig park is al voldoende blootstelling.
Ook indirecte routes spelen mee. Kikkers, muizen en vogels eten weleens een slak en besmetten op hun beurt een hond die hen opeet of ermee speelt. Vooral pups en jachthonden die veel grondig snuffelen, lopen hierdoor meer risico dan je zou denken.
Merk je dat je hond de laatste tijd anders reageert op wandelingen door bos of park, check dan ook meteen op andere parasieten uit dezelfde omgeving. Lees ook onze tips tegen vlooien en teken, want die zitten in dezelfde natte bladerhopen.
Waarom vossen de verspreiding aanjagen
Vossen zijn de stille motor achter de opmars van longworm in Nederland. Onderzoek van het Dutch Wildlife Health Centre laat zien dat bij onderzochte vossenpopulaties een groot deel besmet blijkt, met soms ernstige longontsteking als gevolg. Een vos legt in zijn leven tientallen kilometers af en verspreidt de parasiet daarmee moeiteloos naar nieuwe gebieden. Waar vossen zich ophouden, vooral bosranden, parken en tuinen aan de rand van bebouwing, is het risico voor je hond het grootst. Meer over de verspreiding en de onderzoeksresultaten lees je bij het Dutch Wildlife Health Centre.
Signalen die je niet mag missen
Longworm is lastig te herkennen omdat de symptomen op het eerste gezicht op iets onschuldigs lijken, zoals vermoeidheid of een kriebelhoestje. Let op deze combinatie:
- Aanhoudend hoesten, vooral na inspanning
- Snel vermoeid raken tijdens wandelingen die eerder geen probleem waren
- Verminderde eetlust en onverklaarbaar afvallen
- Onverklaarbare blauwe plekken of bloedneuzen, door stollingsproblemen
- Benauwdheid of een opgezette buik
Herken je een combinatie van deze klachten, wacht dan niet af. Onbehandeld kan longworm leiden tot hartfalen en in ernstige gevallen tot overlijden. Een bloedtest of ontlastingsonderzoek bij de dierenarts brengt al snel uitsluitsel. Heb je zorgen over de kosten van zo'n onderzoek, dan lees je in ons artikel over onverwachte dierenartskosten welke opties er zijn.
Longworm is overigens niet de enige aandoening die dit najaar om aandacht vraagt. Ook de hondenziekte die eerder dit jaar opdook vraagt om alertheid tijdens het wandelen.
Zo loop je dit najaar geen onnodig risico
Volledige preventie is lastig, slakken zijn nu eenmaal overal te vinden in een nat najaar. Wel kun je het risico flink verkleinen. Houd je hond weg bij slakken en kikkers tijdens het snuffelen, zeker op vochtige paden na regen. Laat etensbakken en drinkbakjes 's nachts niet buiten staan, want die trekken slakken aan. Gebruik nooit slakkengif in de tuin als je een hond hebt, dat is minstens zo giftig voor je hond als voor de slak zelf.
Ontworm je hond volgens het schema van je dierenarts, en vraag specifiek naar een middel dat ook tegen longworm werkt. De meeste standaardmiddelen tegen spoelworm pakken deze parasiet namelijk niet aan, daarvoor is een apart preparaat nodig.
Heb je een tuin, loop dan ook daar even doorheen voor je de hond erin laat. Een composthoop, een vochtige border of een stapel bladeren onder de heg is precies waar slakken zich verzamelen. Harkt je hond zelf de tuin niet aan, dan doe jij het wel voor hem: bladeren opruimen, waterschaaltjes 's nachts binnenhalen en een composthoop afdekken schelen al veel. Zelfs een goed onderhouden tuin in de stad is niet vrij van risico, want slakken verplaatsen zich makkelijk via een aangrenzende border of een verwaarloosd stukje groen bij de buren.
Merk je dat je hond de laatste tijd sneller moe is of blijft hoesten na een boswandeling, wacht dan niet tot het najaar voorbij is. Een vroege controle bij de dierenarts kost een paar tientjes, een verwaarloosde longworminfectie kan je hond zijn leven kosten.