Katten

Vanaf deze temperatuur mag je kat niet meer naar buiten

· 5 min leestijd

Je kat loopt over het tuinpad alsof niets haar kan deren, ook als de thermometer onder het vriespunt duikt. Dat beeld klopt niet helemaal. Katten verbergen kou veel beter dan honden, maar dat betekent niet dat ze er niets van voelen. Nu de avonden merkbaar kouder worden, is dit het moment om te bepalen vanaf welk punt je je kat eigenlijk niet meer naar buiten laat.

Waarom katten kou zo goed verstoppen

Een kat die het koud heeft, gaat niet janken of rillen op de stoep zoals een hond soms doet. Ze trekt zich terug, zoekt een warme plek op en wacht het liever in stilte af. Dat gedrag komt van de wilde voorouder van onze huiskat, die nooit zwakte mocht laten zien aan andere dieren. Het gevolg is dat eigenaren de signalen van onderkoeling vaak te laat herkennen, juist omdat de kat zelf geen drama maakt van haar ongemak.

Een dikke vacht helpt, maar niet onbeperkt. Korthaar-rassen, kittens en magere of oudere katten voelen de kou aanzienlijk sneller dan een stevige Noorse Boskat met een dubbele winterjas aan vacht. Vooral een seniorkat herken je aan andere signalen dan een jong, actief dier, en koude pootjes horen daar zeker bij.

Vanaf welke temperatuur wordt het risico echt groter

Dierenartsen houden geen harde grens aan, maar de meeste adviezen komen uit op zo'n 7 graden Celsius. Daaronder kost het een kat merkbaar meer energie om op temperatuur te blijven, zeker 's nachts wanneer ze langer stilzit. Onder het vriespunt loopt het risico op onderkoeling duidelijk op, en dat geldt dubbel voor natte kou. Een kat die thuiskomt met een doorweekt velletje verliest veel sneller lichaamswarmte dan een kat die over droge sneeuw heeft gelopen.

Wind maakt het verschil extra groot. Een heldere nacht van 2 graden zonder wind is voor een gezonde volwassen kat vaak nog prima te doen, maar diezelfde temperatuur met een gure noordwester voelt voor een dier al als flink onder nul. Let dus niet alleen op het thermometercijfer, maar ook op de windchill van die avond.

Dit zijn de signalen dat je kat het te koud heeft

  • Ze trilt of beeft, net zoals jij zou doen
  • De oortjes en pootjes voelen ijskoud aan bij aanraking
  • Ze rolt zich extreem klein op, met de staart strak om het lichaam gewikkeld
  • Ze wil veel sneller weer naar binnen dan ze normaal gewend is
  • Ze loopt stijfjes, alsof de pootjes pijn doen bij elke stap

Zie je een van deze signalen, warm je kat dan rustig op met een handdoek of deken op kamertemperatuur. Gebruik nooit een föhn of een hete kruik direct op de huid, want dat kan brandwonden geven op een lichaam dat net onderkoeld is geweest.

Zo maak je buiten zijn veiliger als het kouder wordt

Een kattenluik dat de hele nacht openstaat, lijkt handig, maar in de winter is het slimmer om de deur vanaf een vast tijdstip dicht te houden en je kat zelf naar binnen te roepen voordat het echt koud wordt. Heeft je kat toch graag een eigen plek buiten, zet dan een goed geïsoleerd of verwarmd kattenhuisje neer, met de opening uit de wind gedraaid.

Let ook op de pootkussentjes. Zout en strooizout op stoepen en opritten droogt ze uit en kan irritatie geven, dus veeg de pootjes af met een vochtige doek zodra je kat weer binnenkomt. En controleer altijd onder de motorkap voordat je de auto start: een kat die op zoek is naar warmte klimt verrassend vaak op een nog warme motorblok, met alle gevolgen van dien.

Blijft je kat toch het liefst binnen zodra het kouder wordt? Dan is dit een goed moment om haar leefomgeving binnenshuis aantrekkelijker te maken, zodat ze minder mist van het buitenleven. Met een paar simpele aanpassingen wordt het binnenleven van je kat een stuk leuker, van vensterbankzitjes tot klimrekken bij het raam.

Wat als je kat zich toch niet laat tegenhouden

Sommige katten laten zich door geen enkele kou weerhouden en glippen stiekem naar buiten zodra de deur op een kier staat. In dat geval is het vooral belangrijk om te weten hoe ver ze gaan en hoe lang ze wegblijven, zodat je op tijd kunt ingrijpen als het te lang duurt. Hoe ver een kat normaal gesproken van huis gaat, verschilt enorm per dier en per buurt, maar in de winter is het slim om die afstand wat strakker te bewaken dan in de zomer.

Een gps-tracker aan de halsband kost tegenwoordig niet veel meer en geeft meteen rust: je weet precies waar je kat zit, ook als ze een avond langer wegblijft dan je gewend bent.

Dit is het moment om de knop om te zetten

Je hoeft je kat niet de hele winter binnen te houden om haar veilig te houden. Let op de temperatuur, de windchill en de leeftijd van je kat, en bouw een paar simpele gewoontes in: 's avonds op tijd naar binnen roepen, een warme schuilplek buiten neerzetten, en pootjes controleren na een wandeling door de kou. Zo geniet je kat nog volop van haar buitenleven, zonder dat de winter haar echt iets kan maken.

M
Geschreven door Marloes Jansen Huisdierenschrijver

Marloes begon met schrijven over katten en honden toen haar eigen golden retriever haar laptop confisqueerde door erop te gaan liggen terwijl ze aan een heel ander artikel werkte. Sindsdien schrijft ze fulltime over viervoeters en stiekem is ze daar dankbaar voor. Ze is een wandelende encyclopedie als het gaat om hondenrassen en heeft een onverklaarbare fascinatie voor de psychologie achter kattengedrag. Haar artikelen zijn praktisch, eerlijk en altijd met een vleugje humor.