Je knuffelt hem net iets steviger dan een jaar geleden en denkt er niet meer bij na. Toch is dat extra rondje vet vaak het begin van een probleem dat je hond of kat jaren van zijn leven kan kosten. In Nederland heeft ongeveer 46 procent van de honden en 33 procent van de katten overgewicht, blijkt uit cijfers van het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG). En dat is niet zomaar een schoonheidskwestie.
Waarom een paar kilo bij je huisdier zo zwaar weegt
Bij mensen praat je bij een paar kilo extra nog niet meteen over een gezondheidsramp. Bij een kat ligt dat anders: 1 kilo te veel bij een kat staat ongeveer gelijk aan 21 kilo bij een volwassen mens. Bij een hond van 10 kilo is 1 kilo overgewicht al 10 procent van het totale lichaamsgewicht. Dat drukt op gewrichten, belast het hart en maakt ademhalen zwaarder dan nodig.
Dierenartsen zien de gevolgen dagelijks: meer kans op diabetes, gewrichtsslijtage, hart- en ademhalingsklachten en een verhoogd risico bij operaties onder narcose. Uit onderzoek waarover Kassa berichtte, leven dieren met overgewicht gemiddeld twee jaar korter dan hun slanke soortgenoten. Twee jaar, alleen omdat de voerbak net iets te vol zat.
Hoe je zelf checkt of je hond of kat te zwaar is
Je hoeft niet elke week naar de dierenarts om dit te controleren. Een paar simpele checks geven al een goed beeld:
- Voel je de ribben makkelijk als je met je vlakke hand over de zij aait, zonder dat je hard hoeft te drukken? Dat is een goed teken.
- Heeft je hond een duidelijke taille als je van bovenaf kijkt, net achter de ribbenkast? Bij een kat geldt hetzelfde principe.
- Zie je bij een hond een opgetrokken buiklijn van opzij, in plaats van een rechte of hangende buik?
Voel je de ribben niet meer, of moet je er echt naar zoeken onder een laagje vet, dan is dat een signaal om iets te veranderen. Twijfel je, vraag dan gewoon om een gratis check bij de dierenarts. Veel klinieken bieden inmiddels een lichaamsconditiescore aan, precies om dit soort twijfel weg te nemen.
De grootste boosdoener zit in de voerbak, niet in het ras
Er wordt vaak gedacht dat sommige rassen nu eenmaal aanleg hebben voor overgewicht en dat je daar weinig aan kunt doen. Een dierenarts en voedingsspecialist die door Kassa werd geïnterviewd, was daar helder over: het baasje bepaalt uiteindelijk hoeveel eten en beweging het dier krijgt, aanleg of niet. Twee gewoontes zorgen voor het meeste extra gewicht:
- Restjes van tafel. Een stukje kaas of een restje vlees lijkt onschuldig, maar telt voor een kat van 4 kilo net zo zwaar als een hele maaltijd voor een mens.
- Te veel snacks naast het gewone voer. Vooral bij training is het verleidelijk om vaak te belonen. Reken liever brokjes van de dagelijkse portie mee als beloning, in plaats van er extra bovenop te geven.
Heb je een hond die snel jeuk of huidklachten krijgt, dan is de voeding sowieso al een gevoelig onderwerp. Wij schreven eerder over jeuk door voeding bij je hond, en dezelfde aandacht voor wat er in de bak zit, helpt ook bij gewichtsbeheersing.
Bewegen is de andere helft van het verhaal
Voeding is verreweg de grootste factor, maar beweging maakt het verschil tussen een dier dat op gewicht blijft en een dier dat langzaam aankomt. Een hond die dagelijks twee korte blokjes om loopt, verbrandt structureel minder dan een hond die één keer per dag een halfuur stevig kan rennen. Bij katten geldt: een kat die alleen binnen zit en zelden speelt, heeft veel minder energiebehoefte dan een buitenkat, terwijl de voerportie vaak hetzelfde blijft.
Een paar simpele aanpassingen die echt werken:
- Verstop brokjes door het huis in plaats van alles in één bak te geven, zodat je kat ervoor moet lopen.
- Gebruik een puzzelvoerbak voor honden die te snel eten, dat vertraagt het tempo en verlengt de beweging eromheen.
- Bouw een extra korte wandeling in op momenten dat je hond normaal alleen maar ligt te wachten op het avondeten.
Wat een gewichtsprogramma bij de dierenarts oplevert
Steeds meer Nederlandse dierenklinieken bieden inmiddels gratis of goedkope gewichtsprogramma's aan, juist omdat overgewicht zo vaak voorkomt. Zo'n traject begint meestal met een lichaamsconditiescore, gevolgd door een streefgewicht en een op maat gemaakt voedingsplan. Elke vier tot zes weken volgt een controle, zodat je bijstuurt voordat het gewicht weer terugkomt.
Dat klinkt misschien als een grote stap voor iets wat met een paar kilo begon, maar de kosten van zo'n traject wegen niet op tegen de dierenartskosten die overgewicht later kan veroorzaken, denk aan gewrichtsoperaties of langdurige diabeteszorg. Heb je weinig financiële ruimte om dat soort trajecten te starten, dan hebben we eerder op een rij gezet wat je kunt doen als je huisdier ziek is en het geld voor de dierenarts krap is.
Waarom dit ook op oudere leeftijd blijft spelen
Overgewicht raakt niet alleen jonge, actieve dieren. Bij oudere honden en katten neemt de energiebehoefte af terwijl de portie vaak niet meegroeit in de andere richting, waardoor gewichtstoename er juist op latere leeftijd sluipend bij kan komen. Dat is extra vervelend omdat overgewicht op oudere leeftijd de kans op andere ouderdomsklachten vergroot. Wij schreven al eerder over hoe dementie bij honden vaker voorkomt dan mensen denken, en gewicht speelt daar indirect ook in mee: een hond die door overgewicht minder beweegt, blijft ook mentaal minder actief.
Dit is wat je morgen anders doet
Je hoeft niet meteen een streng dieet in te voeren om verschil te maken. Begin klein: voel vanavond nog even de ribben van je hond of kat, laat de restjes van tafel voortaan staan en bouw één extra wandelrondje in deze week. Vind je het lastig om zelf in te schatten of je huisdier op gewicht is, plan dan een gratis gewichtscheck bij de dierenarts. Die paar minuten kunnen letterlijk jaren schelen.